Meer trek in zoet als de dagen korter worden?

Leestijd
3 minuten
Geplaatst op
27 oktober 2026

De dagen worden korter, we brengen meer tijd binnenshuis door en ons dagelijkse ritme verandert. Misschien merk je dat je vaker zin hebt in iets zoets, minder beweegt of op andere momenten eet dan in de zomer. Hoe komt dat eigenlijk? En wat kun je doen om bewuster met je eetgewoonten om te gaan?

Verandert je eetgedrag in de herfst?

In de herfst verandert er vaak meer dan alleen het weer. Misschien wandel je minder, breng je meer avonden op de bank door of heb je aan het einde van de dag minder energie om te koken. Ook je eetgewoonten kunnen veranderen.

Dat betekent niet dat je in de herfst automatisch meer trek krijgt door minder daglicht. Je eetgedrag wordt beïnvloed door verschillende factoren, zoals slaap, stress, emoties, beweging en dagelijkse gewoonten.

1. Herken je patronen

Merk je dat je 's avonds vaker zin hebt in chocolade of andere zoetigheden? Probeer dan eerst te onderzoeken wat er op die momenten speelt, voordat je je eetgedrag wilt veranderen.

Stel jezelf de volgende vragen:

  • Heb ik overdag voldoende en regelmatig gegeten?
  • Ben ik moe of heb ik behoefte aan ontspanning?
  • Is dit een vast onderdeel van mijn avondroutine geworden?
  • Heb ik honger, zin in iets lekkers of behoefte aan troost?
  • Is er iets veranderd in mijn slaap, beweging of dagritme?

Misschien heb je gewoon zin in chocolade en geniet je daarvan. Of je merkt dat je overdag maaltijden overslaat en 's avonds extra honger hebt.

Het gaat er niet om dat je ieder eetmoment moet veranderen, maar dat je begrijpt welke rol je gewoonten spelen.

2. Kijk verder dan voeding

Je eetgedrag staat niet op zichzelf. Verschillende factoren kunnen meespelen:

  • Slaap en vermoeidheid: als je moe bent heb je ook minder energie om gezond te koken.
  • Dagritme en beweging: Als je dagritme anders is dan normaal kan je eetmomenten missen (dit zie je bijv. vaak in het weekend als mensen uitslapen) waardoor je te weinig eet. Buiten komen (vooral in de ochtenduren) zorgt voor aanmaak van Vit.D en activeert je zenuwstelsel.
  • Stress en emoties: eten kan een moment van ontspanning of troost zijn. Dat is niet direct verkeerd, maar het kan helpen om te ontdekken wat je op zo'n moment werkelijk nodig hebt.
  • Gewoonten en omgeving: misschien pak je tijdens het televisiekijken automatisch iets lekkers of is een tussendoortje een vast onderdeel van je avond.

Door deze factoren te herkennen, ontdek je beter waar je eventueel iets kunt aanpassen.

3. Maak kleine, haalbare aanpassingen

Je hoeft niet je hele routine om te gooien om bewuster met je eetgedrag om te gaan. Begin met een kleine verandering die bij je dagelijks leven past.

Breng structuur aan in je eetmomenten. Sla je regelmatig maaltijden over of eet je haastig tussendoor? Kijk of regelmatige, voedzame maaltijden je helpen om meer structuur te krijgen.

Maak voedzame keuzes gemakkelijk. Zorg bijvoorbeeld dat fruit, yoghurt, volkorenproducten of ongezouten noten beschikbaar zijn wanneer je behoefte hebt aan een tussendoortje.

Zoek een haalbaar moment voor beweging. Een korte wandeling tijdens de lunchpauze of na het werk kan een laagdrempelige manier zijn om meer beweging in je dag te brengen.

Ontdek andere manieren om te ontspannen. Merk je dat je vooral eet wanneer je moe of gestrest bent? Onderzoek dan of lezen, muziek luisteren of bewust pauzeren je ook ontspanning biedt. Zoek afleiding. Drink eerst een glas water en tel tot tien voordat je naar snacks grijpt.

4. Begeleid cliënten met de juiste vragen

Werk je als voedingscoach of begeleider? Dan kun je deze inzichten gebruiken om samen met je cliënt eetgewoonten te onderzoeken. Met drie eenvoudige vragen help je iemand om zelf tot inzichten en haalbare stappen te komen

1. Wat merk je aan je eetgewoonten nu het seizoen verandert?

Zo krijgt je cliënt ruimte om veranderingen in het dagritme, beweging of eetmomenten te benoemen

2. Op welke momenten vind je het lastig om te eten zoals je zou willen?

Onderzoek samen welke rol bijvoorbeeld vermoeidheid, werkdruk, emoties of praktische omstandigheden spelen. Zo voorkom je dat je te snel met oplossingen komt.

3. Welke kleine verandering wil je deze week uitproberen?

Laat je cliënt zelf een haalbare stap kiezen, zoals de lunch beter plannen of een korte wandeling inbouwen. Bespreek wanneer die stap wordt uitgevoerd en hoe je samen kunt evalueren of deze helpt. Door nieuwsgierig te blijven en zonder oordeel vragen te stellen, sluit je beter aan bij de behoeften en mogelijkheden van je cliënt.

Nieuwsgierig zijn werkt beter dan oordelen

De herfst is een mooi moment om stil te staan bij je dagelijkse gewoonten. Misschien eet je anders, beweeg je minder of heb je vaker behoefte aan ontspanning. Dat hoeft niet direct een probleem te zijn. Door eerst te onderzoeken wat er speelt, ontdek je beter welke aanpassingen bij je passen. En als je cliënten begeleidt, helpt diezelfde nieuwsgierigheid je om verder te kijken dan alleen wat iemand eet.

De belangrijkste vraag is niet: hoe zorg ik dat iemand minder ongezond eet? Maar: wat speelt er op dit moment, en wat zou deze persoon écht helpen?

Gezonde gewoonten beginnen bij inzicht. Wil je meer leren over voeding en hoe je mensen kunt ondersteunen bij het maken van bewuste keuzes? Ontdek de opleiding Voedingsdeskundige.

 


Gerelateerde studies

Orthomoleculaire voeding

Meer informatie
Voedingsdeskundige bij de overgang: twee vrouwen aan een tafel in een lichte binnenruimte; voor hen liggen een notitieboek en pen, en een fruitschaal met appels en avocado

Voedingsdeskundige bij de overgang

Meer informatie
Voedingsleer: twee vrouwen staan in een keuken, met verse groente en fruit op de achtergrond, en bekijken samen een pagina in een ringbandmap.

Voedingsleer

Meer informatie