|
Leestijd
|
3 minuten |
|
Geplaatst op
|
15 september 2026 |
Geschreven door: Mendy Hekstra (Alumni Familieopstellingen, werkzaam als re-integratie specialist UWV)
In 2022 rondde Mendy Hekstra de opleiding Familieopstellingen bij Civas af. Wat begon als een nieuwsgierigheid naar systemisch werk vanuit haar functie als leerlingbegeleider op een middelbare school, groeide uit tot een diepe persoonlijke én professionele transformatie. Inmiddels runt ze haar eigen praktijk en kijkt ze met dankbaarheid en verwondering terug op de weg die ze heeft afgelegd. Lees een greep uit de praktijk van Mendy, waarin ze het verhaal van cliënt Marit deelt.
*Marit is niet de echte naam van deze cliënt. Vanwege privacyredenen worden namen van cliënten in de rubriek ‘Een greep uit de praktijk’ veranderd naar een fictieve naam. Verhalen van cliënten zijn gedeeld in vertrouwen; daarom verifiëren onze coaches eerst bij de cliënt of het verhaal onder een anonieme naam gedeeld mag worden.
Soms denken we dat we onze jeugd allang achter ons hebben gelaten. Dat we volwassen zijn, onze eigen keuzes maken en dat het verleden geen rol meer speelt. Maar in opstellingen zie ik keer op keer hoe de afwezigheid van een ouder - emotioneel of fysiek – aanwezig blijft in de patronen in het nu. In hoe we liefhebben, hoe we werken, hoe we twijfelen, en ook in hoe we kiezen. Ook bij Marit werd dit zichtbaar.
Het is september als ik een berichtje krijg van Marit. Ik ken haar van zo’n vijf jaar geleden, ze is toen ook mijn ‘proefcliënt’ geweest tijdens de opleiding familie- en organisatieopstellingen. We hadden een fijne klik. Haar vraag voelt als een logisch vervolg op iets dat destijds al in beweging was gezet.
We plannen een belafspraak. Normaal gesproken doe ik een inleidend gesprek altijd fysiek, zodat ik kan voelen waar de lading zit en wat aandacht vraagt: de hulpvraag, de pijnpunten, het systeem, de relaties, de gebeurtenissen. Maar bij Marit is dat niet nodig. Ik ken haar systeem nog goed en tijdens het telefoongesprek voel ik meteen: dit vraagt om een opstelling met representanten.
In november is het zover. We hebben een avond gevonden waarop onze agenda’s leeg zijn en ik heb genoeg representanten kunnen uitnodigen. Marit kent hen niet, wat belangrijk is: zo blijft het beeld zuiver.
We beginnen met een bodyscan om te landen. Daarna doen we een korte oefening over de vader- en moederwond (dit is een korte oefening om stil te staan bij hoe de relatie met een vader- en/of moederfiguur invloed kan hebben op jouw dagelijkse patronen). Al snel stromen de tranen bij Marit. Het voelt alsof jaren aan opgekropte gevoelens eindelijk ruimte krijgen.
Marit vindt het spannend, maar ze is er klaar voor. Ik vraag haar haar verlangen te verwoorden. Grappig genoeg weet ik nu, tijdens het schrijven, niet meer precies wat ze zei. Dat gebeurde die avond ook al: ik dacht dat haar verlangen was om knopen door te hakken en keuzes te maken, maar het bleek net anders te liggen. Dat zegt iets over de gelaagdheid van haar vraag, we bewogen allebei op een andere laag.
Ze kiest iemand die haar verlangen mag representeren, maar meteen wordt duidelijk dat dit niet klopt. In plaats van kracht te voelen, zakt alle energie weg. Er gebeurt weinig. Ik vraag wat ze nodig heeft. “Mogelijkheden”, zegt ze. Dus ze kiest iemand die dat mag representeren.
‘Mogelijkheden’ huppelt en fladdert door de ruimte. Marit kijkt ernaar en zegt: “Pff… dit is wel veel.” Ik vraag haar of ze ernaartoe wil lopen. Ze stemt in, maar zodra ze oog in oog staan, bevriest ze. Ze weet niet wat ze met al die mogelijkheden moet. Het is te groot, te veel, te vrij.
Later in de opstelling komen haar ouders erbij. Vader kijkt liefdevol naar Marit, wil het beste voor haar. Moeder kan haar nauwelijks zien; haar eigen problemen staan als een muur tussen hen in. Marit verlangt zó naar de woorden: “Het is goed, ga maar, ontdek maar.” Maar moeder kan het niet geven. Niet omdat ze niet wil, maar omdat ze het niet kán.
En daar wordt zichtbaar waarom Marit vastloopt in keuzes. Als je als kind niet gezien wordt, niet bevestigd wordt in je autonomie, dan blijft een deel van jou wachten. Wachten op toestemming. Wachten op een blik die zegt: jij mag.
Ik vraag vader en moeder naast elkaar te gaan staan. Marit mag voor hen gaan staan. Daarna komen de representanten van haar kinderen achter haar staan. Drie generaties op een rij.
Marit draait zich intuïtief meteen om naar haar kinderen.
“Zo zou het moeten zijn,” zeg ik.
“Ja,” zegt ze. “Dat voel ik wel.”
Na afloop check ik kort in bij iedereen. Marit vertelt dat ze veel heeft gehuild — al vanaf binnenkomst voelde ze dat er iets open moest. Ze is moe, maar opgelucht.
Twee weken later bel ik haar. Dan is het gevoelsniveau gezakt en kunnen inzichten landen. Ze heeft geen vragen meer over wat ze heeft gezien. Wel merkt ze dat er ruimte is ontstaan. Ze hoeft niet meer naar haar moeder te kijken voor toestemming. Ze mag kiezen. Ze mag bewegen. Ze mag mogelijkheden ontvangen zonder eerst te checken of iemand anders het goed vindt.
En dat is wat een afwezige ouder kan achterlaten: een kind dat blijft wachten. Maar Marit hoeft niet meer te wachten. Ze staat nu zelf aan het roer.
Geïnspireerd geraakt? Bekijk onze opleidingen Familieopstellingen