Wanneer kinderlijke loyaliteit te zwaar wordt

Leestijd
5 minuten
Geplaatst op
11 maart 2026

Greep uit de praktijk - Familieopstellingen

Hoe ziet het werkveld er écht uit? In deze rubriek 'een greep uit de praktijk', delen alumnus en ervaringsdeskundigen hun verhalen uit de dagelijkse praktijk. Ze vertellen over hun werk, ervaringen en de situaties die ze tegenkomen. Van inspirerende momenten tot leerzame uitdagingen: deze blogs geven een eerlijk inkijkje in het vak. Deze keer delen wij een greep uit de praktijk van ons alumnus Mendy Hekstra. Zij werkt als re-integratie specialist en past daar ook familieopstellingen toe. 

*Dit artikel is geschreven door Mendy Hekstra. Zij deelt haar ervaring uit de praktijk. Alle namen zijn fictief die in dit stuk worden gebruikt. 

Wanneer kinderlijke loyaliteit te zwaar wordt

Eind vorig jaar werd ik gebeld door een collega met de vraag of ik een cliënt, Benthe, kon ondersteunen met een (familie)opstelling. Op dit moment heeft Benthe een coach en zij geeft aan dat het lijkt alsof ze niet bij de kern van Benthes probleem kunnen komen. De coach van Benthe hoopt dat een opstelling een nieuw inzicht kan bieden waarmee een verschuiving kan gaan plaatsvinden. “Ik gun het haar zo”, zegt de coach.

Niet veel later maak ik via WhatsApp met Benthe een afspraak voor een inleidend gesprek. In zo’n gesprek maak ik een genogram: dit is een soort stamboom waar ook gebeurtenissen, relaties en patronen op worden weergegeven. Door middel van de vragen die ik stel, wordt helder waar de cliënt mee worstelt. Wat wil er gezien worden?  Wat voelt urgent? Deze vragen zijn belangrijk omdat er een opstelling gedaan moet worden omdat ze niet zelf bij de kern van haar probleem kan komen.

Inleidend gesprek

Een maand later is het dan zo ver. Op een maandagochtend om 11 uur heb ik mijn eerste afspraak met Benthe. Een nieuwe cliënt ontmoeten vind ik toch altijd spannend, op een positieve manier. Elk nieuw traject brengt nieuwe inzichten, ik ben altijd benieuwd op welke manier het zal ontvouwen.

Tijdens het inleidend gesprek is haar coach ook aanwezig. Zij heeft namelijk aangegeven dat zij graag bij dit gesprek wilde zijn ook omdat Benthe dit prettig vindt. Zo zitten we met zijn drieën in een coachruimte. De spanning straalt ervan af bij Benthe. Tranen vloeien rijkelijk tijdens dit gesprek en ik begrijp de grote gunfactor van haar coach; Benthe wil zó graag alles goed doen. Ze doet alles voor anderen, maar het lijkt voor haar gevoel niet te lukken.

Benthe merkt dat mensen om haar heen afstand nemen, er niet altijd voor haar zijn en soms zelfs definitief het contact verbreken. Dit zorgt voor grote vraagtekens en veel pijn. Benthe doet namelijk alles voor de ander en meer. Wanneer iemand vraagt om hulp bij het onkruid wieden in de tuin, zou ze bij wijze van spreken meteen ook de tuin voorzien van nieuwe planten. Ze gaat altijd net dat stapje verder om er voor de ander te zijn. Maar waarom nemen mensen dan toch afstand van haar?

Ze vertelt mij over haar gezin van herkomst, hoe haar relatie met haar ouders was (en is), welke rol zij in het gezin had en hoe dit in de rest van haar leven een patroon is geworden. Haar moeder was in de jeugd van Benthe (mentaal) ziek. Zij had een psychiatrische aandoening en droeg veel pijn met zich mee. Toen Benthe nog jong was heeft ze verschillende keren gedacht dat ze haar moeder zou verliezen. Dit heeft veel angst veroorzaakt.

Benthe vertelt als volgt: “Ik vond mijn moeder na een zelfmoordpoging toen ik zelf nog op de basisschool zat. Ik heb haar leven gered door de juiste mensen te bellen. Toen dit geregeld was, zorgde ik na dit hele incident ervoor dat ik nog op tijd op school kon komen.’’  Deze uitspraak geeft mij kippenvel, hier zit veel lading op. Want dit geeft aan dat Benthe heel erg aangewezen was op zichzelf.

Het verlangen

In het inleidende gesprek vraag ik meermaals “Wat is je verlangen?” en “Wat zou er anders zijn als dit [het verlangen] er is?”.

Het verlangen is het beginpunt van deze opstelling, van daaruit krijgt de rest vorm. Benthes verlangen verandert van “Minder verdriet voelen” in het begin van het gesprek, naar uiteindelijk “Ik wil leven”.

Waar ik op let bij een verlangen is of ik de diepte voel. Ik ben hierin op zoek naar het verlangen dat dieper gaat dan de eerste hulpvraag, het verlangen dat geworteld lijkt in het hele lichaam. Het eerst door Benthe benoemde verlangen van ‘minder verdriet voelen’, is wat is ontstaan door te lang door te lopen met het verlangen dat daar nog onder zit. Als ze minder verdriet zou voelen, zou dit fijn zijn voor nu, maar het zou niet op de lange termijn een antwoord zijn. Wanneer het diepe verlangen is bereikt, dus dat waar het écht om gaat, is er meteen een verschuiving voelbaar bij Benthe (en ook bij mijzelf). Het lijkt op een gevoel van opluchting, een aha-moment dat ruimte creëert.

Voor sommigen is het onder woorden brengen van dit diepe verlangen al helend genoeg en is een verdere opstelling niet nodig. Bij Benthe is een opstelling met representanten wenselijk als vervolgstap.

Hypothese

Mijn hypothese stel ik op tijdens of na het inleidend gesprek. Meestal is de lading direct in het gesprek al voelbaar en weet ik direct ‘hier gaat het over’. Bij Benthe voel ik de lading, maar duurt het nog even voordat ik de hypothese echt onder woorden kan brengen. In de dagen volgend op het inleidende gesprek, vormt mijn hypothese zich tot de zin 'Als ik maar álles doe voor anderen, gaan ze misschien niet dood’. Ik verwacht dat deze zin een overtuiging is geworden van Benthe na alles wat er met haar moeder is gebeurd. ‘Dood’ zet ik hierbij tussen aanhalingstekens, omdat het nu niet meer gaat om letterlijke dood, maar wel om de angst de ander te verliezen. Mijn verwachting is dat dit de oorzaak van het pleasegedrag van tegenwoordig is. De reden dat Benthe altijd een stap verder gaat voor de ander dan dat waar ze haar hulp bij vragen. Dit gedrag zorgt voor een ongezonde dynamiek, een gevoel van verstikking bij de anderen, waardoor zij afstand van haar nemen.

De opstelling met representanten

Ongeveer een maand later, op een dinsdagmiddag ontmoet ik Benthe opnieuw. Dit keer voor haar opstelling. Sinds het inleidend gesprek hebben wij geen contact gehad, behalve voor het plannen van deze datum. Ik heb een vijftal enthousiaste collega’s gevraagd om bij deze opstelling te zijn om als representant ingezet te kunnen worden.
Representanten zijn mensen die in de opstelling iets of iemand kunnen vertegenwoordigen. Het zijn onbekenden voor Benthe, behalve haar eigen coach.

Benthe heeft voor de opstelling aangegeven dat ze liever niet wil dat haar moeder in de opstelling gerepresenteerd wordt, de confrontatie met haar moeder voelt nog te groot. We beginnen met een representant die haar verlangen ‘Ik wil leven’ representeert. Dit verlangen verandert al snel in ‘pijn en verdriet’. Vervolgens komen haar ‘jongere zelf’ en ‘vertrouwen’ erbij in de opstelling. Maar hoe verder de opstelling vordert, hoe groter en onduidelijker de puzzel voor Benthe wordt. Ook hierin lijkt alles uit haar handen te glippen en heeft ze voor haar gevoel weinig controle over de situatie.

Wat ik echter zie, is dat Benthe geconfronteerd wordt met delen van zichzelf. Haar jongere zelf wil graag in actie komen, maar voelt zich verlamd. Vertrouwen blijft steevast aan Benthes zijde, maar ze lijken elkaar niet te kennen. Pijn en verdriet klampt zich vast aan wie haar ook maar wil zien, wat met name de jonge Benthe blijkt te zijn. Ik zie vooral heel veel potentie in het (h)erkennen van haar innerlijke wereld.
Na een aantal gesprekken tussen Benthe en de representanten, lijkt het alsof we allemaal kijken naar dezelfde puzzel. Maar het stukje dat alles met elkaar verbindt ontbreekt: moeder.

Ik vraag haar of het nu veilig genoeg voelt voor haar om een representant uit te kiezen die haar moeder kan representeren. Benthe stemt in. Alle stukjes vallen op zijn plek: de representant die begon als Benthes verlangen, gaat meteen aan het been van de representant van Benthes moeder hangen (als een blok aan haar been). Het blijkt de pijn van moeder te zijn die Benthe verstikt. Moeder kan niet rechtop blijven staan, ze gaat letterlijk gebukt onder de pijn. Ze doet er dan ook alles aan om de pijn niet aan te kijken.

Als ik merk dat het voor representanten te zwaar is om alles te voelen, geef ik aan dat ze op 50% mogen representeren. Een opstelling moet nooit te zwaar zijn voor representanten. Nadat ik dit heb gezegd, kan ik met moeder in gesprek. Ze geeft aan dat het te spannend is om de pijn aan te kijken en dat het te veel en te zwaar is voor haar om te dragen. Ik benoem dat dit pijn is van wat al is gebeurd, ze heeft het al gedragen. Wat er nu nog is, is de herinnering eraan die zo zwaar is. Deze realisatie maakt dat de representant van moeder besluit toch de representant van pijn en verdriet aan te kijken. Al snel vermindert daardoor zwaarte.

Als moeder uiteindelijk erkent dat dit haar pijn is, komt er rust in de hele opstelling. Benthe hoeft niet meer te zorgen voor dat wat van haar moeder is. De zorgen die ze uit loyaliteit al vanaf jonge leeftijd draagt, kan ze nu loslaten. Haar verlangen kan weer haar verlangen worden: “Ik wil leven”.

Direct na de opstelling

Benthe is ontzettend moe na de opstelling. We bespreken kort na hoe het nu met haar gaat. Ik waak ervoor dat het nu nog niet over de inhoud van de opstelling gaat, maar alleen over hoe ze er op dit moment bij zit. Daarmee voorkom ik dat het hoofd meteen gaat analyseren, terwijl het gevoel eerst de ruimte moet krijgen. Benthe geeft aan dat ze zich lichter voelt, dat ze moe is en dat het voor nu genoeg is geweest. Vooraf heb ik haar aangeraden om te zorgen dat ze na de opstelling niets meer hoeft, dat ze op de bank kan ploffen en dat ze kan doen wat goed voor haar voelt, zonder verplichtingen.

Twee weken later

Twee weken later bel ik Benthe op om de opstelling na te bespreken. Dit doe ik altijd na twee weken, omdat inzichten tijd nodig hebben om te landen.

In dit gesprek geeft Benthe aan veel rust te ervaren. Ze geeft aan dat ze in contact met vrienden hun verhaal nu kan aanhoren, zonder direct te moeten helpen. Ze kan dingen meer loslaten en dit zorgt voor veel rust.

De patronen die ze kent van zichzelf (zorgen voor anderen, zichzelf wegcijferen, zich snel schuldig voelen) herkende ze ook in de opstelling terug. De opstelling heeft ervoor gezorgd dat ze makkelijker onderscheid kan maken tussen haar eigen verantwoordelijkheden en die van anderen.

Loyaliteit

Wat deze opstelling laat zien, is hoe groot de loyaliteit van een (volwassen) kind aan diens moeder kan zijn. Benthe kon niet authentiek leven, omdat ze de pijn van haar moeder bleef dragen. Dit mechanisme zette zich voort, en zo droeg ze met alle liefde de pijn van iedereen om haar heen. Dit was te zwaar voor haar. Ze hoorde namelijk in alles wat een ander tegen haar zei, een vraag aan haar om het op te lossen. Immers: als zij het niet doet, gaan ze misschien ‘dood’. Benthe ging zo ver in het zorgen voor de ander, dat de ander geen ruimte meer voelde om vrijuit te kletsen en eigen actie te ondernemen.

Door te herkennen waar Benthe begint en eindigt, kan ze dat van de ander ook bij de ander laten.

Deze opstelling laat zien hoe bevrijdend het kan zijn om patronen te herkennen en los te laten. Wanneer pijn teruggelegd wordt bij wie het hoort, ontstaat er ruimte om zelf te leven. Zo gold dit ook voor Benthe!

*Benthe is niet haar echte naam. Vanwege privacy redenen worden namen in de rubriek: Een greep uit de praktijk veranderd naar een fictieve naam. Verhalen van cliënten worden in vertrouwen gedeeld. Daarom verifiëren onze coaches eerst bij cliënt of het verhaal onder een anonieme naam gedeeld mag worden.