Loyaliteit kent geen logica: wanneer kinderen breken met een ouder

Leestijd
5 minuten
Geplaatst op
11 februari 2026

Geschreven door: Ilona van Emous, afgestudeerd klinisch psycholoog 

"Ze zegt dat ze haar niet meer wil zien. Zij is te boos, te onvoorspelbaar. Ze is 10 jaar. Haar vader is opgelucht, eindelijk rust. Maar ergens in mij gaat er dan een alarm af als ik dit hoor." Kinderen zijn loyaal. Niet omdat het moet, maar omdat het zo diep geworteld zit in hun systeem dat ze bijna niet anders kunnen. Die loyaliteit zie je niet altijd aan de oppervlakte, soms juist in het uit contact gaan met een ouder. En dat is precies wat het zo schrijnend maakt.

Wat is loyaliteit?

Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat conflicten tussen ouders en loyaliteitsproblemen bij kinderen kunnen leiden tot emotionele en gedragsproblemen, zoals angst, depressie en verminderd zelfvertrouwen in hun latere leven (Amato, 2000; Kelly & Emery, 2003). Kinderen die het gevoel hebben te moeten kiezen tussen ouders ervaren vaak een innerlijke splitsing, die zich uit in psychosomatische klachten, teruggetrokken gedrag of juist overaanpassing.

Een meta-analyse uit 2020 laat zien dat interparentale conflicten een sterke voorspeller zijn van loyaliteitsconflicten, en dat deze conflicten kunnen bijdragen aan moeilijkheden in latere relaties, autonomie en identiteitsontwikkeling (Hetherington & Kelly, 2002).

In systemische termen wordt loyaliteit soms zichtbaar in wat men 'loyale bewegingen' noemt: het kind offert een deel van zichzelf op om trouw te blijven aan de ouder(s), vaak vanuit een diepe, onbewuste liefde die sterker is dan logica of woorden.

Loyaliteit is in de systemische benadering de diepe, vaak onbewuste verbondenheid van een kind met zijn of haar ouders. Deze loyaliteit is niet afhankelijk van gedrag of verdienste; ze is er simpelweg, omdat een kind voortkomt uit beide ouders. De Hongaarse psychiater Ivan Boszormenyi-Nagy, grondlegger van de contextuele therapie, beschreef loyaliteit als een ethische verbondenheid: kinderen voelen zich van nature verantwoordelijk voor het welzijn van hun ouders, ook als dat ten koste gaat van henzelf (Boszormenyi-Nagy & Krasner, 1986).

De Duitse psychotraumatoloog Franz Ruppert spreekt in zijn werk niet letterlijk over loyaliteit, maar zijn beschrijvingen van symbiotische verstrikkingen en overlevingsdelen raken dezelfde kern. Een kind dat zich verantwoordelijk voelt voor de emotionele toestand van een ouder, leeft niet vanuit zijn eigen ik, maar vanuit een overlevingsstrategie. Die innerlijke splitsing, tussen wat het kind voelt en wat het systeem van hem vraagt, veroorzaakt verwarring, vermoeidheid en soms zelfs identiteitsproblemen.

Ook als een kind geen contact meer heeft met een ouder, kan er innerlijk nog een sterke, loyale binding zijn. Niet zelden zie ik in opstellingen dat een kind in stilte, trouw blijft aan de uitgesloten ouder, ook al lijkt het aan de oppervlakte alsof het kind verder is gegaan.

Deze vorm van loyaliteit is krachtig, maar kan ook verstikkend worden wanneer kinderen bijvoorbeeld een ouder gaan beschermen, kiezen of afwijzen om de harmonie in het systeem te behouden. Ze nemen dan een plek in die niet bij hen hoort, met alle gevolgen van dien voor hun emotionele ontwikkeling en autonomie. Door de andere ouder kan dit fenomeen geïnterpreteerd worden als: "Hij/zij bespeeld mijn kind."  Maar in wezen voelt het kind, dat hij/zij dit 'moet' doen.

Die gevolgen kunnen zich op verschillende manieren uiten:

  • Een kind ontwikkelt een sterk verantwoordelijkheidsgevoel en voelt zich belast met het geluk van een ouder.
  • Het kind onderdrukt zijn eigen behoeften of gevoelens, uit angst een ouder te kwetsen
  • Er ontstaat verwarring over de eigen identiteit: wie ben ik als ik niet mag houden van beide ouders?
  • Kinderen kunnen later moeite krijgen met intimiteit, vertrouwen of grenzen stellen
  • Sommige kinderen ontwikkelen een grote innerlijke alertheid, altijd scannend of het 'veilig' is, wat kan leiden tot stressklachten of perfectionisme.

Deze reacties zijn niet altijd direct zichtbaar, maar hebben een diepe impact op het zelfbeeld, de autonomie en het vermogen tot gezonde relaties in het latere leven.

Kinderen kiezen niet: ze overleven

In 2023 eindigden 24.310 huwelijken in een echtscheiding in Nederland. Bij meer dan de helft van deze scheidingen waren kinderen betrokken: in totaal zo'n 22.796 kinderen. Ongeveer 10 tot 15 procent van deze scheidingen mondt uit in een vechtscheiding, waarbij ouders verwikkeld raken in langdurige en vaak juridische conflicten. Jaarlijks maken naar schatting tussen de 10.000 en 14.000 kinderen ernstige hinder mee van de scheiding van hun ouders. Deze cijfers onderstrepen hoe vaak kinderen (bewust of onbewust) in een innerlijk conflict terechtkomen. Want kinderen kiezen niet. Ze overleven.

Wanneer ouders uit elkaar gaan, ontstaat er vaak (echt niet altijd) spanning. Boosheid. Verdriet. Onuitgesproken verwachtingen en verhalen. En kinderen bewegen mee. Ze voelen haarfijn aan waar ruimte is en waar niet. Soms betekent dat, dat ze (onbewust) een keuze maken voor één van de ouders. Niet omdat ze dat écht willen, maar omdat het veiliger voelt. Omdat het systeem het van hen vraagt.

Ze zeggen: "Ik wil papa niet meer zien." Of: "Mama is zo boos de hele tijd."

Wat ik vaak zie en wat psychotraumatoloog Franz Ruppert (2014) ook beschrijft, is dat kinderen die loyaal blijven aan een ouder, soms zo verstrikt raken dat ze zichzelf kwijtraken. Ze passen zich aan om liefde of veiligheid te behouden, maar betalen daar innerlijk een hoge prijs. In zulke gevallen onderdrukken kinderen hun eigen gevoelens en behoeften, wat zich later kan uiten in psychosomatische klachten, identiteitsproblemen en moeite met gezonde relaties. Maar wat ze niet zeggen (niet kúnnen zeggen) is wat er vanbinnen gebeurt: de tweestrijd, het missen, het schuldgevoel. De breuk in zichzelf.

Mijn eigen verhaal

Sinds mijn elfde heb ik geen contact meer met mijn vader. De omstandigheden waren complex. Ik was boos, maar ook verdrietig. Ik koos voor mijn eigen veiligheid (voor zover een kind van elf dat kan) Maar...ik herinner me ook het gemis. De verwarring. De leegte die ik niet goed kon duiden. Jarenlang heb ik gedacht dat het mijn keuze was of dat het gewoon zo was gelopen. Maar eigenlijk wilde ik gewoon mijn vader blijven zien, zonder al het gedoe.

Nu dertig jaar later stond ik als begeleider in een opstelling waarin ik de ouder representeerde die geen contact meer had met haar kinderen. Ik voelde het verdriet dat het met zich meebrengt. Het raakte iets ouds in mij. Iets pijnlijks. En tegelijk ook iets waardevols: het diepe besef dat de breuk destijds niet over goedof foutging, maar over iets groters. Over hoe kinderen zich aanpassen aan het systeem waarin ze leven en opzoek zijn naar veiligheid. En over hoeveel liefde er eigenlijk nog onder zon breuk ligt.

Want ik bleef houden van mijn beide ouders. Dat kwam ook meerdere keren naar voren in mijn eigen opstellingen. De liefde was er nog, alleen had die geen veilige vorm meer om in te bestaan.

Deze ervaring heeft mijn verlangen vergroot om weer contact te zoeken met mijn vader. Het leidde tot een zoektocht: een beweging van binnen naar buiten. Een verlangen om het onbekende stukje van mijn geschiedenis opnieuw te ontmoeten.

Hoe herken je loyaliteit bij kinderen?

Loyaliteit is geen diagnose. Het is een stille kracht. Maar er zijn wel signalen waar je alert op kunt zijn, als ouder, als leerkracht, als hulpverlener.

🌀 Loyaliteit kan eruit zien als...

  •  Een kind dat extreem goed zijn best doet op school (onzichtbaar).
  • Een kind dat zijn gevoelens niet uit, om een ouder te beschermen (pleasen).
  • Een kind dat klachten krijgt zoals buikpijn of slecht slapen, zonder duidelijke medische oorzaak.
  • Een kind dat ineens” boos is op één ouder, zonder directe aanleiding.
  • Een kind dat 'verstandig' is en alles regelt wat de ouder zelf niet kan dragen.

Loyaliteit kan zich ook uiten in gedrag dat juist positief oogt. Een kind dat uitblinkt, zorgt, helpt, niet zeurt. En dus onzichtbaar lijdt. Deze dynamiek is voor mij niet slechts theorie, maar iets dat ik persoonlijk heb ervaren. Ik weet dat uit eigen ervaring.

Toen mijn ouder in een vechtscheiding belandde, zat ik net in groep 3. Er werd al vroeg aangenomen dat ik "later met mijn handen zou gaan werken" een term die men gebruikte als je niet goed was in leren, of gewoon hard gezegd: dom werd gevonden. Alsof mijn toekomst al vastlag, zonder echt te kijken naar wie ik werkelijk was. Ik ging leven volgens de verwachting die mensen van mij hadden. Daardoor viel ik niet op, ik maakte mijzelf onzichtbaar.

Toch liet geen enkel rapportcijfer zien wat ik vanbinnen werkelijk meedroeg. Ik kwam niet tot bloei, haalde allemaal lage cijfers, presteerde onderaan de ladder. Voor mijn gevoel ging ik altijd nét over. Mijn binnenwereld, de verwarring, het gemis, dat bleef onzichtbaar tussen de cijfers en beoordelingen.

Toch zat er iets in mij wat verder reikte dan wat zichtbaar was. Mijn wijsheid en veerkracht bleken uiteindelijk groter dan men had verwacht. Van mbo naar hbo (propedeuse), en uiteindelijk naar de universiteit. Naarmate ik meer op mijn plek kwam in het leven, weerspiegelde dat zich ook in mijn resultaten. Niet omdat het pad makkelijker werd, maar omdat ik eindelijk ruimte kreeg om míjn plek in te nemen.

Wat kun je doen?

Na alles wat we hierboven gezien hebben over loyaliteit, verstrikking en onzichtbaar leed, rijst de vraag: wat kun je dan doen? Gelukkig ligt er juist in de kleine, bewuste stappen veel kracht. Hier zijn een aantal suggesties voor ouders en professionals:

Als ouder of professional kun je veel betekenen, juist in de nuance. Bijvoorbeeld door:

  • Ruimte te houden voor de andere ouder in jouw taal en houding. Recent systeemwetenschappelijk onderzoek (Hooper, DeCoster, White, & Voltz, 2011) benadrukt dat langdurige onbalans in gezinsrollen, zoals parentificatie, kan leiden tot internaliserende en externaliserende problemen bij kinderen
  • Het ligt niet aan de ene of de andere ouder, het is vaak iets wat meergenerationeel meegeven wordt
  • Niet mee te gaan in verharding of zwart-wit denken, hoe pijnlijk het ook is.
  • Je eigen emoties niet bij het kind te leggen
  • Hulp te zoeken wanneer je merkt dat het te groot wordt voor jou of voor je kind
  • Betrek eventueel een kindbehartiger erbij die er echt voor het kind kan zijn, iemand die voor het kind neutraal kan zijn

Te erkennen dat je kind altijd van jullie allebei is en zal blijven

Naar verzachting

Als we deze signalen serieus nemen, kunnen we beweging brengen in wat vastzit. Daarmee openen we de deur naar heling voor het kind, voor de ouder en voor het grotere geheel.

Contact kan herstellen, soms letterlijk, soms innerlijk. Zoals Bert Hellinger (2001), grondlegger van familieopstellingen, stelde: kinderen proberen vaak onbewust het familiesysteem in balans te brengen door het lijden van een ouder over te nemen. Wanneer we deze diepe dynamieken erkennen, openen we de weg naar heling. Niet elke relatie wordt opnieuw opgebouwd, maar heling is altijd mogelijk. En dat begint bij het erkennen van wat er écht speelt. Bij het durven kijken naar de pijn onder het gedrag. Bij het begrijpen van de diepe, vaak onzichtbare loyaliteit die kinderen voelen.

Mijn missie is om professionals, ouders en kinderen te begeleiden naar die zachtere laag om opnieuw innerlijk te kunnen verbinden.

Bronnen

Hooper, L. M., DeCoster, J., White, N., & Voltz, M. L. (2011). Characterizing the magnitude of the relation between parentification and outcomes: A meta-analysis. Journal of Clinical Psychology, 67(3), 241–260. https://doi.org/10.1002/jclp.20758

Hellinger, B. (2001). Loving each other: How to have a successful relationship. Phoenix: Zeig, Tucker & Theisen.

Ruppert, F. (2014). Symbiosis and autonomy: Symbiotic trauma and love beyond entanglements. Munich: Green Balloon Publishing.

Boszormenyi-Nagy, I., & Krasner, B. R. (1986). Between give and take: A clinical guide to contextual therapy. New York: Brunner/Mazel.

Amato, P. R. (2000). The consequences of divorce for adults and children. Journal of Marriage and Family, 62(4), 1269–1287. https://doi.org/10.1111/j.1741-3737.2000.01269.x

Kelly, J. B., & Emery, R. E. (2003). Children's adjustment following divorce: Risk and resilience perspectives. Family Relations, 52(4), 352–362. https://doi.org/10.1111/j.1741-3729.2003.00352.x

Hetherington, E. M., & Kelly, J. (2002). For better or for worse: Divorce reconsidered. New York: W.W. Norton & Company. Naar verbinding, zelfs in scheiding. Want als we kinderen écht willen zien, dan moeten we ook hun liefde voor beide ouders kunnen dragen.


Gerelateerde studies

Familieopstellingen hbo

Meer informatie

Familieopstellingen masterclass

Meer informatie

Kindercoach

Meer informatie

Kindercoach en Kindertekeningen analyseren

Meer informatie

Kindercoach en Speltherapie

Meer informatie

Jongerencoach

Meer informatie